Een platform dat de inzichten uit de complexiteitswetenschap dichter bij behandelaren, onderzoekers, ervaringsdeskundigen en cliënten wil brengen. Wij werken immers in complexe systemen — en daar passen, zo denken wij, ook andere methoden bij.
Een mens, zo denken wij, laat zich niet vatten als een classificatie. Een complex, dynamisch systeem — met eigen patronen, ritmes en ontvankelijkheden — vraagt om een andere blik dan het categorale handboek aanreikt. Wie die andere blik beproeft, ontdekt geleidelijk dat zij ook leidt tot andere vragen, andere overwegingen, en op termijn wellicht ook tot andere zorg.
Dat het categorale model van het DSM niet alles vangt wat zich in een spreekkamer aandient, is naar onze indruk in het Nederlandse veld inmiddels breed onderkend. Bij collega's op de werkvloer, op congressen, in opleidingen. De tijd dat dit een opwindend nieuw inzicht was, ligt achter ons.
De vraag die zich nu opdringt, is een andere — en wezenlijker. Hoe kunnen wij het anders doen? Met welke begrippen, welke methoden, welke werkwijzen komen wij voorbij de constatering dat het oude model tekortschiet? Het is een vraag die wij liever niet beantwoord zien met retoriek, maar met handvatten.
Wij menen dat de complexiteitswetenschap, met haar inmiddels rijke onderzoekstraditie, daarvoor concrete aanknopingspunten biedt. En wij menen, met enige nadruk, dat die kennis vrij toegankelijk dient te zijn — niet voorbehouden aan wie een specifieke opleiding heeft gevolgd, niet weggesloten achter een vakjargon dat nodeloos drempels opwerpt. Wij geloven dat het uit te leggen valt. Wat ons betreft is dat geen aanname, maar een werkwijze.
Duizenden vogels, zonder dirigent, in een vorm die door niemand is voorgeschreven. Het is wellicht de moeite waard om te overwegen wat het zou opleveren wanneer wij in onze spreekkamer vaker op een vergelijkbare wijze zouden kijken — naar het patroon dat zich vormt, eerder dan naar een optelling van delen.
Video · P K (uair01), Wikimedia Commons · CC BY 2.0De ideeën op dit platform stammen uit een internationaal en grotendeels formeel onderzoeksveld. Wij vragen ons al langer af wat zij in de Nederlandse GGZ — in de spreekkamer, op de werkvloer, en bij het besturen — concreet zouden kunnen betekenen. Hieronder enkele eerste verkenningen.
Wanneer wij in de tijd zouden meten — kortdurend, met enkele variabelen, herhaald gedurende een aantal weken — laat onze data soms méér zien dan een gemiddelde toont. Variabiliteit, autocorrelatie en de samenhang tussen variabelen vertellen, naar wij menen, iets wezenlijks over hoe iemand op dit moment functioneert.
Het werk van Wichers, Bringmann en collega's in Groningen, en van Borsboom, Fried en anderen in het Amsterdamse netwerk-onderzoek, brengt deze manier van diagnostisch kijken ook in de Nederlandse praktijk binnen handbereik. Tegelijk lijkt de implementatie nog vooral een academische aangelegenheid; wat ons betreft een gemiste kans.
Lees over idiografisch werken →Veel patiënten verbeteren niet geleidelijk, maar in sprongen — wat in de literatuur sudden gains wordt genoemd. Anderen lijken voorafgaand aan een terugval subtiele signalen af te geven: de variantie loopt op, het herstel na een tegenslag duurt langer, het systeem aarzelt. Het zijn tekenen dat een patroon op het punt staat om te slaan — een faseovergang in de tijdreeks van een behandeling.
Dat een therapieproces zich zó gedraagt — nietlineair, met discontinue overgangen — is inmiddels goed onderbouwd. Het werk van Günter Schiepek en collega's, sinds zijn samenwerking met Hermann Haken, laat zien dat psychotherapie in feite een chaotisch, zelforganiserend proces is, en biedt instrumenten om precies die overgangen op dagelijkse basis zichtbaar te maken. De therapeutische relatie zelf laat zich in dit licht voorzichtig begrijpen als koppeling: een verbinding waarin, onder de juiste voorwaarden, een gemeenschappelijk ritme kan ontstaan.
Lees over faseovergangen →Een team, een instelling, een sector — het zijn zelf ook complexe, dynamische systemen. Wij vermoeden dat veel van de hardnekkige problemen waar de Nederlandse GGZ mee worstelt — wachttijden, uitstroom van personeel, protocollendruk, schotten tussen sectoren — zich niet zonder meer met top-down interventies laten oplossen.
Een complexiteitsblik op de inrichting van zorg, met aandacht voor lokale interacties, voor koppeling tussen teams, en voor de kantelpunten waar systemen zich opnieuw kunnen organiseren, voegt naar onze hoop iets toe dat in het huidige bestuurlijk denken nog vaak ontbreekt.
Lees over zelforganisatie →Geen van deze drie ingangen is af. Wij hopen dat dit platform een plek wordt waar wij ze samen, zorgvuldig, verder kunnen verkennen.
Wat we willen doen, en waarom het volgens ons hoog tijd is.
Wij willen de complexiteitswetenschap zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk maken voor iedereen die in en rondom de GGZ werkt of leeft — voor behandelaren, voor onderzoekers, voor ervaringsdeskundigen en voor cliënten zelf.
Wij willen de inzichten van een rijk, internationaal vakgebied graag dichter bij de werkvloer en de spreekkamer brengen — zonder dat een wiskundeopleiding nodig is om mee te kunnen doen.
Wij vermoeden dat de GGZ inmiddels in een fase is gekomen waarin het denken dat haar groot heeft gemaakt, niet altijd meer toereikend lijkt voor alles wat zich aandient. Wij willen niets afbreken — wel iets toevoegen: aandacht voor timing, voor patronen, voor context, voor handvatten die nu nog vaak onder water blijven.
Voor wie werkt in complexe systemen lijken trial & error, creativiteit en responsiviteit onvermijdelijk. Wij willen verkennen hoe dat ook wetenschappelijk verantwoord vorm kan krijgen.
Een school vissen draait, krimpt en strekt zich uit. Het opmerkelijke is dat er in de zee daaronder geen 'ware', achterliggende vis schuilt die deze vorm zou voorschrijven. De school zelf ís het patroon — opgebouwd uit een paar eenvoudige lokale regels die elke vis afzonderlijk volgt: houd je buur in zicht, raak hem net niet aan. Wij vragen ons soms af of wij in onze diagnostiek niet te vaak op zoek zijn naar een latente kern achter de waarneembare verschijnselen, terwijl de samenhang misschien meer in het samenspel zelf besloten ligt.
Foto · Adiprayogo Liemena, PexelsElk pad past bij een andere fase van kennismaking. Wij nodigen u uit te beginnen waar u zelf staat — alles verwijst uiteindelijk naar elkaar.
Een introductiepad voor wie nog niet in de complexiteitsliteratuur thuis is. Het kleine lexicon, korte uitlegstukken en een toegankelijke leeslijst.
Naar het lexicon → ii. Voor wie meer wilLangere blogposts waarin we dieper ingaan op de centrale thema's: de ondiepe-meren-analogie en depressie, reflectief versus formatief denken, ergodiciteit, process-based werken.
Naar het blog → iii. Voor dataliefhebbersDe Grafiek-Lees-Fabriek. Steeds vaker meten behandelaren mee in de tijd; men komt terug met een grafiekje, en dan? Consultatie op basis van uw eigen data, in kleine groepen.
Naar de Fabriek → iv. Voor wie meedoetDe gemeenschap rondom het platform: twee webinars per jaar, één fysiek seminar, twee groepen (beginners en gevorderden), en een tweemaandelijkse nieuwsbrief.
Doe mee →Begin ze op willekeurige momenten. Wacht een minuut. Ze tikken precies synchroon — alleen omdat de plank waarop ze staan heel licht meebeweegt.
Dit is wat de synergetica van Hermann Haken laat zien, en wat Schiepek voor de psychotherapie nader heeft uitgewerkt: in complexe systemen kan, onder de juiste voorwaarden, orde ontstaan zonder dat iemand het regisseert. Lokale interacties, het juiste niveau van koppeling, en — soms — een gemeenschappelijk ritme.
Christiaan Huygens beschreef het al in 1665, vanuit zijn ziekbed, bij twee pendulum-klokken aan een gemeenschappelijke balk. Hij noemde het "sympathy of clocks". Wij weten inmiddels dat een vergelijkbaar principe ook bij neuronen, bij zwermen en bij groepen mensen lijkt te spelen — en, zo wordt voorzichtig betoogd, mogelijk ook bij processen in psychotherapie.
Lees over zelforganisatieHarvard Natural Sciences Lecture Demonstrations — synchronisatie van metronomen.
Günter Schiepek stelde ons de vraag waar dit platform uiteindelijk om draait: waar raakt de complexiteitswetenschap de psychotherapie zelf? Het antwoord ligt, denken wij, in wat er gebeurt vlak vóórdat een mens verandert.
Een therapieproces verloopt zelden als een rechte lijn. Het onderzoek van Schiepek en collega's — voortbouwend op de synergetica van Hermann Haken — laat zien dat psychotherapie zich gedraagt als een chaotisch, zelforganiserend systeem: met stabiele periodes, met kritische instabiliteiten, en met momenten waarop het geheel plotseling in een nieuwe toestand kantelt. Precies die momenten — pattern transitions, overgangen waarin een tijdreeks kwalitatief van karakter verandert — zijn wat een behandelaar het liefst op tijd zou willen zien aankomen.
Dat het niet bij theorie blijft, is voor ons het wezenlijke punt. Er bestaan inmiddels gevalideerde methoden om zulke overgangen in echte patiëntdata te detecteren, en er is onderzoek dat laat zien dat het dagelijks terugkoppelen van dit soort procesinformatie de behandeling meetbaar ten goede komt — de motivatie versterkt, de therapeutische relatie verdiept, en behandelaar en patiënt een gedeelde "rode draad" geeft. De therapeutische relatie zelf laat zich hierin begrijpen als koppeling: de plek waar, onder de juiste voorwaarden, een gemeenschappelijk ritme ontstaat.
Kijk goed: elke uitstulping is een verkleinde versie van het geheel, en daarbinnen schuilt opnieuw een kleinere versie. Een dergelijk patroon, dat zich op verschillende schalen op vergelijkbare wijze herhaalt, wordt in de wiskunde een fractaal genoemd.
Het zou kunnen dat sommige patronen die in de spreekkamer ter sprake komen, op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd. Het verloop van een moeilijk uur en dat van een moeilijke week vertonen soms verwante vormen — een rijk idee, ook al kan niet worden gesteld dat het in elke situatie opgaat.
Foto · Jean-François Frenel, Pexels
Een bijenkorf werkt niet vanuit een vooropgesteld bouwplan; een dansende menigte volgt geen choreografie. En toch verschijnt er een vorm, een ritme, een gezamenlijke richting. Dit verschijnsel — het ontstaan van iets nieuws uit veel kleine bewegingen — wordt in de complexiteitswetenschap doorgaans emergentie genoemd.
Foto's · Gill Heward & Chalta Phirta, PexelsVastlopen is naar onze indruk zelden alleen persoonlijk falen — het is doorgaans de uitwerking van hardnekkige patronen die zichzelf, ongemerkt, in stand houden.
In de complexiteitswetenschap wordt instabiliteit wel eens als voorwaarde voor verandering geduid — een gedachte die ons in de klinische praktijk wellicht milder kan laten kijken naar onrust.
Onze inzet is niet om complexiteit weg te denken, maar om haar voldoende serieus te nemen om er klinisch iets aan te kunnen hebben.
Meer aandacht voor patronen, voor functies, voor klinische wijsheid — wat ons betreft als aanvulling op wat wij reeds hebben, niet als vervanging.