Idiografisch
Onderzoek op het niveau waar we ook werken: de patiënt voor ons.
De term idiografisch is oud — hij komt van de Duitse filosoof Wilhelm Windelband, die hem in 1894 tegenover nomothetisch stelde. Maar de spanning waar hij naar verwijst is springlevend.
Nomothetisch onderzoek zoekt naar algemene wetten: wat geldt voor mensen in het algemeen? Het is het terrein van randomized controlled trials, factoranalyses op grote steekproeven, populatieparameters. Idiografisch onderzoek bestudeert het enkelvoudige geval: één persoon, vaak gemeten, over tijd. Het is het terrein van casuïstiek, n=1-designs en intensive longitudinal data.
In de GGZ hebben we de afgelopen decennia bijna uitsluitend nomothetisch onderzoek gestapeld. Dat heeft veel opgeleverd — we weten welke behandelvormen gemiddeld werken, voor welke diagnoses gemiddeld, in welke trajecten gemiddeld. Maar dat gemiddelde laat ons in de spreekkamer vaak alleen.
Twee tradities, één toepassing
De erkenning groeit dat we ze allebei nodig hebben. Nomothetisch onderzoek levert de hypothesen, idiografisch onderzoek toetst ze in de context van een specifiek leven. Wat in groepsstudies een correlatie is van .3 tussen slaap en stemming, kan in jouw spreekkamer bij déze patiënt een correlatie van .8 zijn — of nul, of negatief. Pas wanneer we het bij haar zelf meten, weten we het.
"De idiografische methode laat zien wat er in dít leven, op dít moment, samenhangt — en hoe dat verandert wanneer iets in het systeem verschuift."
Hoe ziet idiografisch onderzoek eruit?
Er zijn verschillende manieren om idiografisch te werken. De meest toegankelijke is ESM (Experience Sampling Method): meerdere keren per dag een korte vragenlijst, weken- of maandenlang. Met een paar honderd metingen krijg je een tijdreeks die laat zien hoe stemming, gedrag, gedachten en context bij déze persoon op elkaar inwerken.
Met die data kun je technieken toepassen die op groepsniveau geen zin hebben: vector autoregression (welke variabele voorspelt welke andere?), netwerkanalyse binnen de persoon, en het opsporen van vroege waarschuwingssignalen voor terugval. Voor onderzoekers en clinici die ermee willen werken zijn er inmiddels toegankelijke R-packages — qgraph, mlVAR, esmpack — die het haalbaar maken zonder eigen statisticus.
Wat het in de spreekkamer doet
De praktische winst is meerledig. Voor de behandelaar wordt zichtbaar wat tot nu toe alleen aanvoelbaar was: ja, deze patiënt voelt zich slechter na slechte nachten — of nee, eigenlijk niet, de relatie is in haar leven andersom. Voor de patiënt wordt het patroon van het eigen leven leesbaar. En voor de behandeling betekent het dat we kunnen interveniëren op wat er echt samenhangt, niet op wat gemiddeld samenhangt.
De idiografische omkering is geen vlucht uit de wetenschap, maar een rechtzetting. Het is de wetenschap op het niveau waar we ook handelen.