№ 20

Dissipatie

Waarom orde energie kost — en levende systemen openstaan om te kunnen bestaan.

Met dissipatie wordt de doorstroming en verbruik van energie bedoeld waarmee een systeem zijn orde in stand houdt. Een dissipatief systeem is een systeem dat, om geordend te kunnen blijven, voortdurend energie moet opnemen, omzetten en weer afstaan.

Het lijkt een paradox. De tweede hoofdwet van de thermodynamica zegt dat geïsoleerde systemen vanzelf naar wanorde tenderen. Hoe kan een levend wezen dan zijn hooggeordende vorm behouden? Het antwoord is dat het geen geïsoleerd systeem is. Zelforganisatie veronderstelt weliswaar systemen die operatief gesloten zijn — dat zijn in feite alle systemen — maar die wat betreft energie en prikkeling juist open staan. De doorstroom en verbruik van energie door zo'n thermodynamisch open systeem heet dissipatie. Een kaarsvlam, een wervelwind, een cel: alle danken zij hun bestendige vorm aan een onophoudelijke stroom die er doorheen gaat.

Open blijven om te kunnen bestaan

Voor de psychologie ligt hier een treffende analogie — en wij benadrukken: een analogie, geen bewijs. Een mens handhaaft zijn psychische organisatie niet in afzondering, maar door voortdurende uitwisseling met zijn omgeving: contact, betekenis, prikkeling, rust. Wordt die uitwisseling afgesneden, dan wordt het moeilijker om vorm te bewaren. En omgekeerd is een zekere mate van energetisering — activering, motivatie, betrokkenheid — vaak voorwaarde om een nieuwe orde te laten ontstaan.

Het begrip herinnert ons er zo aan dat stabiliteit bij levende systemen niets statisch is. Wat standhoudt, houdt stand dóór beweging, niet ondanks beweging. Een patiënt die "vastzit", zit naar onze indruk zelden stil; eerder houdt een kostbare, energievretende orde zichzelf met moeite in stand. Verandering vraagt dan niet om méér rust, maar om andere condities waaronder de energie zich anders kan organiseren.