Fasenruimte
De denkbeeldige ruimte van alle toestanden die een systeem kan aannemen.
De fasenruimte — ook wel toestandsruimte — is het gedachte gebied van alle mogelijke toestanden waarin een systeem zich kan bevinden, uitgezet langs de dimensies die voor dat systeem van belang zijn.
Het idee is eenvoudiger dan het klinkt. Kies de grootheden die een systeem beschrijven — bij een mens bijvoorbeeld stemming, spanning en slaap — en maak van elk een as. Elke toestand waarin de persoon op een gegeven moment verkeert, is dan één punt in die ruimte. Beweegt de toestand in de tijd, dan trekt het punt een baan: de trajectorie. De fasenruimte is, kortom, de landkaart; de trajectorie is de route die erover wordt afgelegd.
Waarom dit beeld helpt
De waarde van de fasenruimte is dat zij patronen zichtbaar maakt die in een gewone tijdreeks verborgen blijven. Een systeem dat steeds naar dezelfde streek terugkeert, verraadt een attractor; een systeem dat plotseling naar een ander gebied verspringt, een ordeovergang. Wat als losse metingen ononderscheidbaar lijkt, krijgt in deze ruimtelijke voorstelling een vorm — een Gestalt, zoals men in de synergetiek zegt.
Voor de klinische praktijk is dit meer dan een wiskundige aardigheid. Het nodigt uit om een patiënt niet te zien als een verzameling losse symptoomscores, maar als een systeem dat zich door een ruimte van mogelijke toestanden beweegt, en daarin bepaalde gebieden bewoont en andere mijdt. De vraag verschuift dan van "hoe hoog is deze score" naar "waar in zijn toestandsruimte bevindt deze mens zich, en welke kant beweegt hij op".