№ 17

Controleparameter

De knop waaraan je draait — niet de uitkomst, maar de voorwaarde die haar mogelijk maakt.

Een controleparameter bepaalt welk dynamisch patroon een systeem aanneemt. Hij is niet zelf het patroon, maar de voorwaarde die het ene patroon in het andere kan doen omslaan zodra een kritische drempel wordt overschreden.

In thermodynamisch open systemen verwijst de controleparameter doorgaans naar de energietoevoer — de mate van energetisering, activering of motivatie van een systeem. In algemenere zin moduleert hij de wisselwerking tussen de componenten. Klein gedraaid verandert er vaak weinig; voorbij een bepaald punt kan een kleine verdere verandering het systeem plotseling in een nieuwe toestand doen overgaan. Denk aan water dat bij toenemende temperatuur lang vloeibaar blijft, tot het bij honderd graden abrupt in damp overgaat: de temperatuur is hier de controleparameter, de aggregatietoestand het patroon.

Waarom we het in de GGZ liever zacht formuleren

In psychologische systemen hebben we, anders dan in de natuurkunde, zelden directe toegang tot de controleparameters. We kunnen ze niet aan een knop instellen. Daarom spreekt men in de klinische context liever van een ordeovergang dan van een faseovergang in strikte zin: het verschijnsel lijkt verwant, maar de zorgvuldige formulering erkent dat wij de onderliggende parameter meestal niet in handen hebben.

Toch is het begrip ook hier verhelderend. Het verschuift de aandacht van de uitkomst naar de condities. Wat in een behandeling als controleparameter zou kunnen werken — veiligheid, betekenis, activering, de kwaliteit van de werkrelatie — laat zich niet rechtstreeks naar een eindtoestand sturen, maar wel zó beïnvloeden dat een herordening mogelijker wordt. Naar onze indruk ligt hierin een van de vruchtbaarste lessen van de complexiteitswetenschap voor de praktijk.