Sympathy of clocks

De therapeutische relatie als gekoppeld systeem — gelezen door de lens van een experiment uit 1665.

Vanuit een ziekbed in zijn huis in Den Haag schreef Christiaan Huygens in februari 1665 een brief aan zijn vader. Hij had iets opgemerkt dat hem niet meer losliet.

Aan een gemeenschappelijke balk had hij twee pendulumklokken opgehangen, beide van zijn eigen makelij. Na enkele uren bewogen de slingers in een precies tegenovergesteld ritme. Bracht hij ze met opzet uit hun pas, dan keerden zij, binnen een half uur, vanzelf naar diezelfde anti-fase terug. Sympathy of clocks noemde hij het — een sympathie die niet uit goedwillende voornemens voortkwam, maar uit de balk waaraan beide klokken zich verbonden wisten.

Pas drie eeuwen later, met de opkomst van de synergetica van Hermann Haken, begon de wetenschap dit verschijnsel systematisch te begrijpen. Wanneer twee oscillerende systemen via een zwakke koppeling met elkaar verbonden zijn, blijken zij onder bepaalde voorwaarden vanzelf in een gemeenschappelijk ritme te schieten. Geen van beide hoeft dat te willen; geen instructie hoeft te worden gegeven. Het volstaat dat er een balk is.

Een tweede slinger naast de eerste

Voor wie in de spreekkamer werkt, draagt deze observatie iets in zich dat het bestuderen waard is. De therapeutische relatie laat zich, vanuit dit perspectief, niet uitsluitend lezen als techniek of als methode, maar ook als koppeling. Twee dynamische systemen — een patiënt en een behandelaar — komen in elkaars buurt en blijken, onder de juiste voorwaarden, onderdelen van elkaars ritme te worden. Een ademhaling die zich tijdens een sessie verlangzaamt. Een schouder die langzaam zakt. Een gedachte die zich verzacht, niet omdat zij is herstructureerd, maar omdat zij in een ander register tot rust komt.

In het werk van Schiepek wordt dit fenomeen — onder de term order parameter — verder uitgewerkt. Een therapeutisch proces, zo betoogt hij, vormt zelf een dynamisch systeem; het kent zijn eigen patronen, zijn eigen aarzelingen, zijn eigen kantelpunten. Wat de behandelaar inbrengt is, in zekere zin, een tweede slinger naast de eerste. Wat zich vervolgens ontwikkelt, hangt af van de balk: van de kwaliteit van de verbinding, van de aandacht en de aanwezigheid die zij dragen kan.

"Het ritme tussen mensen ontstaat zelden door wilskracht. Het ontstaat door wat hen verbindt." — vrij naar Strogatz

De balk wordt gebouwd

Dit beeld is geen pleidooi voor passiviteit. Een goede balk is geen toeval — zij wordt gebouwd, en onderhouden. Tijd, regelmaat, oprechte interesse, gepast voorbehoud, herhaalde toewijding: dit zijn de stoffen waaruit zo'n balk wordt gemaakt. Maar wel is het een herinnering eraan dat het werkzame in psychotherapie niet alleen voortkomt uit wat in de afzonderlijke slingers gebeurt, maar evenzeer uit wat tussen hen kan ontstaan.

Een naschrift uit het laboratorium

Het experiment van Huygens kent overigens een nuance die zelden wordt verteld. Wanneer hij de twee klokken te ver uit elkaar plaatste, of de balk te zwaar maakte, verdween de synchronisatie. De koppeling vroeg om een precieze afstand — niet te dichtbij, waar de slingers elkaar zouden vastlopen; niet te ver weg, waar geen sympathie meer mogelijk was.

Ook dat detail laat zich, met enige terughoudendheid, naar de spreekkamer vertalen. Een te kleine afstand verstikt; een te grote isoleert. Tussen deze polen ligt het bereik waarbinnen een verbinding zich kan ontwikkelen. Wat dat bereik in een concreet gesprek precies is, laat zich beter in stilte voelen dan in regels beschrijven.