De Holi-foto en het idee van entropie

Een foto van een mensenmenigte, en hoe je daarin het idee van entropie kunt herkennen — zonder te verdrinken in formules.

Een foto van een Holi-feest in India: honderden, misschien duizenden mensen, allen beschilderd met kleurpoeder, allen in beweging, zonder zichtbare structuur. Op het eerste gezicht: chaos. Bij nadere beschouwing: veel orde, maar van een ander type dan wij gewoonlijk herkennen.

Een dergelijk beeld roept het begrip entropie in herinnering — een term uit de natuurkunde die in de GGZ niet zelden verkeerd wordt begrepen. Het is geen synoniem voor "chaos" of "wanorde", al wordt het zo soms gebruikt. Het verwijst naar iets preciezers, en het is de moeite waard om er even bij stil te staan.

Wat is entropie ongeveer?

Entropie, zoals Boltzmann het in de negentiende eeuw definieerde, is een maat voor het aantal mogelijke manieren waarop een systeem in een bepaalde toestand kan verkeren. Dat klinkt abstract; een voorbeeld kan helpen.

Stel: je hebt een doos met twintig genummerde balletjes. Je gooit ze door elkaar. De toestand "alle twintig balletjes liggen op volgorde, met nummer 1 in de linkerbovenhoek" kun je op precies één manier realiseren. De toestand "balletjes liggen ongeordend in de doos" kun je op heel veel manieren realiseren — miljarden combinaties die er voor jou ongeveer even rommelig uitzien.

De geordende toestand heeft lage entropie: één manier. De ongeordende heeft hoge entropie: heel veel manieren. Wanneer je de doos schudt, schuif je vrijwel altijd richting de hoge-entropie toestand — niet omdat de natuur "wanorde wil", maar omdat er gewoon veel meer rommelige configuraties bestaan dan nette.

De Holi-foto

Terug naar de menigte. Honderden mensen, allen in beweging, kleurig en spontaan. Die toestand laat zich op zeer veel manieren bereiken — een willekeurige verandering in wie waar staat, verandert haar nauwelijks. Hoge entropie.

Vergelijk dat met een militair defilé: dezelfde mensen, maar nu in strakke rijen, allemaal in dezelfde houding. Die toestand kan eigenlijk maar op één manier — een minuscule verschuiving en het ziet er meteen anders uit. Lage entropie.

Beide hebben orde. Beide hebben structuur. Maar de orde is van een verschillende soort. De ene is een orde van patroon, de andere een orde van vrijheid.

Wat dit met de GGZ te maken heeft

In de complexiteits­wetenschap wordt entropie gebruikt om iets te zeggen over hoe rijk en flexibel een systeem is. Een gezond menselijk systeem lijkt een zekere mate van entropie in zijn dagelijks functioneren te kennen — flexibiliteit, variatie, ruimte voor verandering. Niet alle dagen zijn hetzelfde, niet elk uur is identiek.

Sommige psychiatrische beelden lijken gepaard te gaan met een afname van die entropie. Het systeem wordt rigider, voorspelbaarder, minder rijk in zijn variatie. Bij ernstige depressie loopt iemand niet zelden in vaste patronen, met dagen die op elkaar lijken en emoties die zich in vaste vormen aandienen. De entropie van het systeem lijkt dan gedaald.

Andere beelden lijken juist gepaard te gaan met te véél entropie. Bij ernstige dissociatie of psychose kan het systeem zo onsamenhangend worden dat er nauwelijks nog een herhaalbaar patroon te vinden is. Daar lijkt de entropie ongezond hoog.

Gezondheid lijkt zich ergens daartussenin te bevinden: structuur genoeg om herkenbaar te zijn, vrijheid genoeg om te kunnen bewegen.

Een bescheiden conclusie

Het concept entropie, ondanks zijn herkomst uit de thermodynamica, lijkt klinisch nuttig — mits behoedzaam gebruikt. Niet om alles te willen verklaren, maar om vragen te kunnen formuleren die anders moeilijk te stellen zijn. Heeft een patiënt voldoende dynamische ruimte in haar dagelijks functioneren? Of zit ze in een te smal pad? Of is haar leven juist zo onsamenhangend geworden dat er geen herkenbaar patroon meer is?

De Holi-foto herinnert eraan dat orde niet altijd samenvalt met strakheid. Soms is een rijke, brede, kleurige beweeglijkheid de gezondste vorm van orde die zich kan aandienen. En wanneer die beweeglijkheid afneemt — of juist doorslaat — is er, wellicht, iets te bespreken.